Fiets kopen…

Geladen met veel meer kennis dan negen dagen eerder (tijdens mijn eerste kennismaking met “de fietsspecialist”), stap ik deze fietswinkel voor de derde keer binnen. Dit keer heb ik mijn partner meegenomen. Hij weet van mijn plan. Hij heeft niks met fietsen. Maar hij weet hoe graag ik mijn plan tot een succesverhaal wil gaan maken. Daar wil hij mij graag bij helpen. Zo ook bij het kopen van een fiets. ‘Want jij moet altijd aan alles even wennen hè’ …

Op zaterdagmiddag heb ik lang genoeg gewacht en net genoeg moed bij elkaar geraapt om samen met hem naar de fietsspecialist te gaan. Het is er druk. Bij de balie staat een hele rij fietsen. Aan het einde van de rij staat die van mij; ‘Kijk, dat is mijn fiets!’, zeg ik enthousiast tegen mijn partner. Niet dat ik hem al gekocht heb. Nee, het is de fiets die ik na rijp beraad uit een boekje gekozen en besteld heb. In de juiste maat en kleur.

De kop van dit blogje is “Fiets kopen”. Misschien is “Hoe ik een fiets koop” net iets beter. Het korte antwoord is: omslachtig. Het lange antwoord komt eraan.

Wordt vervolgd

Champagnedouche

Met de fiets aan de hand stap ik – letterlijk en figuurlijk – over de drempel. Weer een stap dichter bij mijn doel. BAM! De wind zwiept de regen vol in mijn gezicht. Het water zit zelfs achter mijn brilglazen! Ik ervaar het als een huldiging, een Champagnedouche. Van het ruizen van de wind maakt mijn hoofd voor het gemak het juichen van mensen. De verkoper haalt mij snel uit de droom: “Pas op. Het is hier voor de winkel glad”.

Met de fiets aan de hand loop ik naar een parkeerterrein. Het is praktisch leeg. Geen hond die met dit weer naar buiten wil, maar ik stap op de fiets. Een trekkingfiets. Het is een test. Een fietstest. Een testrit. Ik stap op de fiets en weet ineens hoe die toeristen zich hier op een fiets moeten voelen. Balanceren. Wat een smal zadel. Wat een lichte fiets. Wat een dunne bandjes! En geen terugtraprem. Wel 24 versnellingen. Ojee… Ik moét een helm! Echt wel.

Met de fiets aan de hand stap ik een kwartier verder in mijn fietsavontuur – en een ervaring rijker – de winkel weer binnen.  Na een paar rondjes parkeerterrein zie ik eruit als een natte hond. De verkoper herkend mij volgens mij aan de fiets. ‘En? Hoe vond u het?’, vraagt de verkoper. Ik neig naar ‘nat’ te antwoorden, maar vertel hem mijn bevindingen.

Wordt vervolgd

Fietsspecialist

Na mijn eerste ervaring (of aanvaring?) met een “fietsspecialist” ging ik meteen door naar de tweede. Het sportieve zadel dat ik voor mijn inmiddels verkochte fiets had gekocht, kon ik nog terug brengen naar de fietswinkel: ‘Het fietste wel een stuk beter, maar niet fijn genoeg. Ik heb mijn fiets verkocht’. De fietsverkoper vond het nogal een rigoureuze beslissing. Ja. Soms is dat de enige oplossing.

We maakten een praatje. Over fietsen. Ik maakte er een vraaggesprek van. Zo kreeg ik een heel klein beetje meer verstand van fietsen. Van versnellingen en remmen, materialen en modellen. Deze winkel noemt zich niet de fietsspecialist, maar de verkoper is het duidelijk wel. Stukje bij beetje werd al duidelijker waar mijn nieuwe fiets aan moet voldoen.

Helaas is deze fietsboer niet merkdealer van de fietsmerken in mijn broekzak. Eigenlijk verkoopt hij ook alleen maar elektrische fietsen. Blij weer eens over old school pedaalfietsen te kunnen praten, liet hij mij na enig zoeken enthousiast een brochure van trekkingfietsen van een ander merk zien. Dit gigantische merk geeft geen brochures weg, want ‘die doelgroep kan deze fietsen wel op het internet bekijken’. Voor mij een reden om mij niet eens in dit gigantische merk te verdiepen.

Als je minder fietsen hebt om uit te kiezen, is de keuze sneller gemaakt toch?

Fietsboer

Met mijn lijstje van de fietsmerk-dealers opzak, een realistisch budget in mijn hoofd, begon ik aan mijn oriënterende bezoekjes. Welkom in de wondere wereld van het fietsen. O mijn god. Zoveel fietsen. Waar ik totaal geen verstand van heb. Als je niet weet waar je naar kijken moet, is zo’n fietswinkel best overweldigend. Gelukkig had ik wat fietsmerken als houvast.

Ik vertelde de fietsboer wat ik ongeveer zocht en hij liet het mij zien. Twee fietsen. Twee. Een herenfiets en een damesfiets. Van hetzelfde type. ‘Als je één fiets hebt om uit te kiezen, is de keuze snel gemaakt toch?’, zei deze fietsspecialist.  Ik geloof dat ze dat “snelle verkoop” noemen. Ik heb geen haast. Fietsen is fijn, maar een fijne fiets is alles, zei een stemmetje in mijn hoofd. ‘Heeft u misschien een fietsbrochure van dit merk voor mij?’. Had ie wel. Kon ik krijgen. Gelukkig.

Zonder fiets, maar met de nieuwste fietsbrochure, stapte ik de winkel uit. Op naar de volgende.

Veertig +

“Liever geen fiets, dan niet de juiste fiets”, riep ik met mijn boze kop. Maar ik vind fietsen leuk, dacht ik. Noem het een midlifecrisis. Veertig jaar nadat ik leerde fietsen kies ik eens niet voor de makkelijkste weg. Ik moet een fiets. Ik wil fietsen. Maar wát is in deze fase van mijn leven dan de juiste fiets voor mij? Een racefiets? Mountainbike? Terreinfiets? Ligfiets… Wat wil ik? Wil ik zo’n te dik iemand zijn, in een te strak pakje, op een te dure fiets? Ja ja, u kent ze wel.

Ik dacht er een dagje over na. Conclusie: Fietsen wil ik. Fietsen. Toeren. Kilometers maken. Op een knappe fiets. Ik vroeg het mijn fietsende vrienden. Of ze misschien een tip voor mij hadden. Ze hadden vooral vragen. Onder andere of ik comfortabel wou zitten, of vooral heel snel wou kunnen fietsen? Of ik de fiets alleen sportief wou gebruiken of ook voor sportief, dagelijks gebruik? Food for thought.

Langer verhaal in het kort: ik wil graag een sportieve en comfortabele fiets, ideaal voor langere afstanden en dagelijks gebruik. Conclusie: trekkingfiets. Er werden mij een paar merken aangeraden. Ik zocht er online de fietsdealers in de buurt bij en plande een middagje voor winkelbezoeken. Eerst maar eens rustig in het echt kijken wat er zoal te koop is. Want zoals een fietsende vriendin zei: Fietsen is fijn, maar een fijne fiets is alles.

Ik heb absoluut geen trek in (weer) een miskoop.