Kilometers

Ongeveer een half jaar gelden kocht ik mijn fiets. En wat ben ik nu blij dat ik hem al een half jaar heb. Van 0 naar 235 kilometer is een heel proces. De eerste ritjes waren echte testritjes.

Ritjes van vijf tot tien kilometer: stuur wat hoger, zadel wat hoger, lager en schuiner. Ritjes van twintig kilometer: het stuur wat meer naar me toe, stuur wat verder van mij af… Pijn in mijn knieën:  zadel wat hoger…  Een ritje van 40 kilometer. Een ritje in de vorm van een hartje… Een mooi vlot ritje, een ritje van niks.  Zo fietste ik het afgelopen half jaar regelmatig.

Ik fietste in de zon, in de wind, in de regen. De ene keer wat sneller dan de andere keer. Ik leerde ik mijn fiets beter kennen. Vond het plezier in fietsen weer terug. Ook leerde ik meer vertrouwen te hebben in mijzelf en dat mijn doel, van o naar 235 kilometer, een heel process is.

Advertisements

Testrit

Zo. De trekkingfiets is besteld. Vorige week wist ik nog niet eens wat voor fiets ik wou. Of dat ik de Elfstedentocht wou fietsen. Ik heb nog niet eens een geschikte fiets, of een meter gefietst, en denk al aan 235 kilometer fietsen. Het moet niet gekker worden!

Onderhand ben ik toch wel heel benieuwd naar hoe zo’n trekkingfiets dan fietst. Volgens mijn fietsende vrienden weet ik met 24 versnelling niet wat mij overkomt. Ik wil hun kennis wel eens testen. Ik bedenk mij dat er nog een merkdealer in de buurt zit. Ik besluit er een bezoekje aan te wagen.

Vriendelijk word ik begroet. Mijn ogen scannen de voorraad in de winkel. Dan zie ik hem staan: de fiets die het moet worden. Dé fiets. In de juiste maat. Oké, niet in de juiste kleur. Maar daar merk je volgens mij tijdens het fietsen niks van. Toch? Ik krijg de tijd de fiets op mijn gemak van dichtbij en goed te bekijken. Alsof ik een krokodil moet gaan aaien…

De vriendelijke verkoper vraagt of ik eruit kan komen. Ik leg hem uit wat ik zoek en vertel hem dat ik de Elfstedentocht wil gaan fietsen. Poeh, dat is er uit. Hij lacht mij niet uit. Zegt dat ik nét te laat ben. Ik vind dat ik mooi op tijd ben. Hij is het met mij eens. Ook met de keuze van de fiets. Of ik er een proefrit op wil maken? Het is code geel. Windstoten en regenbuien zwiepen de fietswinkel voorbij.

Ik kijk nog eens naar de fiets. ‘Minder weer dan dit zal het niet snel weer zijn. Mooi weer voor een goede testrit’, zeg ik enthousiast. Vastberaden. De vriendelijke verkoper lacht. Hij zet het zadel op de juiste hoogte, legt mij wat uit over de versnelling en de handremmen en houd de deur voor mij open; ‘Tot zo mevrouw’.

wordt vervolgd 

Veertig +

“Liever geen fiets, dan niet de juiste fiets”, riep ik met mijn boze kop. Maar ik vind fietsen leuk, dacht ik. Noem het een midlifecrisis. Veertig jaar nadat ik leerde fietsen kies ik eens niet voor de makkelijkste weg. Ik moet een fiets. Ik wil fietsen. Maar wát is in deze fase van mijn leven dan de juiste fiets voor mij? Een racefiets? Mountainbike? Terreinfiets? Ligfiets… Wat wil ik? Wil ik zo’n te dik iemand zijn, in een te strak pakje, op een te dure fiets? Ja ja, u kent ze wel.

Ik dacht er een dagje over na. Conclusie: Fietsen wil ik. Fietsen. Toeren. Kilometers maken. Op een knappe fiets. Ik vroeg het mijn fietsende vrienden. Of ze misschien een tip voor mij hadden. Ze hadden vooral vragen. Onder andere of ik comfortabel wou zitten, of vooral heel snel wou kunnen fietsen? Of ik de fiets alleen sportief wou gebruiken of ook voor sportief, dagelijks gebruik? Food for thought.

Langer verhaal in het kort: ik wil graag een sportieve en comfortabele fiets, ideaal voor langere afstanden en dagelijks gebruik. Conclusie: trekkingfiets. Er werden mij een paar merken aangeraden. Ik zocht er online de fietsdealers in de buurt bij en plande een middagje voor winkelbezoeken. Eerst maar eens rustig in het echt kijken wat er zoal te koop is. Want zoals een fietsende vriendin zei: Fietsen is fijn, maar een fijne fiets is alles.

Ik heb absoluut geen trek in (weer) een miskoop.