Veertig +

“Liever geen fiets, dan niet de juiste fiets”, riep ik met mijn boze kop. Maar ik vind fietsen leuk, dacht ik. Noem het een midlifecrisis. Veertig jaar nadat ik leerde fietsen kies ik eens niet voor de makkelijkste weg. Ik moet een fiets. Ik wil fietsen. Maar wát is in deze fase van mijn leven dan de juiste fiets voor mij? Een racefiets? Mountainbike? Terreinfiets? Ligfiets… Wat wil ik? Wil ik zo’n te dik iemand zijn, in een te strak pakje, op een te dure fiets? Ja ja, u kent ze wel.

Ik dacht er een dagje over na. Conclusie: Fietsen wil ik. Fietsen. Toeren. Kilometers maken. Op een knappe fiets. Ik vroeg het mijn fietsende vrienden. Of ze misschien een tip voor mij hadden. Ze hadden vooral vragen. Onder andere of ik comfortabel wou zitten, of vooral heel snel wou kunnen fietsen? Of ik de fiets alleen sportief wou gebruiken of ook voor sportief, dagelijks gebruik? Food for thought.

Langer verhaal in het kort: ik wil graag een sportieve en comfortabele fiets, ideaal voor langere afstanden en dagelijks gebruik. Conclusie: trekkingfiets. Er werden mij een paar merken aangeraden. Ik zocht er online de fietsdealers in de buurt bij en plande een middagje voor winkelbezoeken. Eerst maar eens rustig in het echt kijken wat er zoal te koop is. Want zoals een fietsende vriendin zei: Fietsen is fijn, maar een fijne fiets is alles.

Ik heb absoluut geen trek in (weer) een miskoop.

Advertisements